De wereld beweegt in seizoenen, ritmes en rituelen, en soms, als je even stilstaat, kun je daarin de mooiste lessen ontdekken. In mijn maandelijkse column neem ik je mee in wat yoga me leert, niet alleen op de mat, maar juist daarbuiten: in het dagelijks leven, in onverwachte ontmoetingen, en in het samenzijn met anderen. Deze maand deel ik mijn ervaring met loslaten van iets wat je lief is en hoe yoga je leert daarmee om te gaan.
Lieve lezers,
Sommige dingen zullen altijd als een rode draad door het leven bewegen. Eén daarvan is de tijdslijn die voor iedereen geldt: je wordt geboren, je leeft je leven en je sterft. Dat is een gegeven. Wat er precies gebeurt in die tussenliggende fase, het leven zelf, is voor iedereen anders. Omdat je altijd omringd bent door anderen, maak je niet alleen je eigen levenslijn mee, maar ook die van de mensen om je heen. En dat betekent: je krijgt te maken met loslaten. Loslaten speelt zich niet alleen af bij de grote gebeurtenissen, zoals geboorte of dood. Ook in het alledaagse leven worden we ermee geconfronteerd. Een collega die een andere richting op gaat. Een kind dat overstapt van basisschool naar middelbare school. Een vriendin die emigreert. Of zelfs iets kleins, de boodschappen die je wilde halen voor je favoriete gerecht zijn op, dus moet je bijstellen en een ander gerecht kiezen.
Loslaten is overal in ons leven verweven. Yoga biedt mooie kaders om daarmee om te leren gaan. In het bijzonder de yama’s en niyama’s uit de Yoga Sutra’s van Patanjali: leefprincipes die richting geven aan hoe we omgaan met onszelf, de ander en de wereld. De yama’s gaan over dingen die je liever niet doet, de niyama’s over dingen die je wél bewust probeert te beoefenen.
Een van de yama’s is Aparigraha, ofwel onthechting. Aparigraha gaat over het loslaten van verlangens, verwachtingen, bezit, relaties of overtuigingen. Dat klinkt misschien streng, alsof je nergens meer aan mag hechten of geen plezier meer mag ervaren. Maar ik zie het anders:
Wanneer je leert onthechten van wat je denkt dat van jou is, of waar je controle over denkt te hebben, doe je jezelf juist een groot plezier. Het kan helpen om lichter te leven, minder krampachtig vast te houden en ruimte te maken voor wat wél stroomt.
Ik heb dat, zoals vele, ook zelf ervaren. Toen ik als student werd aangenomen aan de dansacademie, dacht ik dat ik mijn weg had gevonden. Danser zijn was niet alleen mijn droom, het was mijn identiteit. Alles in mijn leven draaide om dans: mijn kleding, mijn vrienden, mijn interesses, mijn toekomstbeeld. Maar tijdens de opleiding kreeg ik een chronische blessure. Ik moest stoppen. En ineens viel alles weg.
Wie was ik nog zonder dans? Zonder dat plan, zonder die rol? Ik had me er zo aan vastgehouden dat ik weinig overhield om op terug te vallen. En ik zeg niet dat dat slecht is, in die periode klopte dat voor mij. Maar wat volgde was een verdrietige en verwarrende periode. Als ik toen had geweten wat ik nu weet, vanuit de yoga, had het pad misschien iets makkelijker gevoeld. Niet pijnloos, niet zonder rouw. Maar wel met meer tools om los te kunnen laten.
Want dát is wat yoga je kan bieden: niet het wegnemen van het lijden, maar een manier om er stap voor stap, fase voor fase mee om te gaan.
Zodat wanneer je leert minder hard vast te houden aan wat verdwijnt, je ook weer ruimte voelt voor wat zich aandient.
Met liefde,
Naomi