Als je wel eens een yogales volgt, dan is de kans groot dat je het woord loslaten vaker hebt gehoord dan je lief is. “Laat je uitademing los,” “laat de spierspanning los,” “laat alles wat je met je meedraagt los” of zelfs: “laat los wat je nu niet nodig hebt.” Niet dat ik gedachten kan lezen, maar ik vermoed dat je op dat soort momenten wel eens denkt: Ja, leuk gezegd... maar hóe dan?
En eerlijk gezegd: ik zeg het zelf ook regelmatig tijdens mijn lessen. Met een glimlach, want ik weet hoe ingewikkeld het kan zijn. Loslaten is zo’n woord dat makkelijk wordt uitgesproken, maar zelden eenvoudig is om te doen. Natuurlijk, sommige dingen glijden vanzelf van je af. Denk aan het moment waarop je in de yogales hoort dat je je kaken mag ontspannen. Je wordt je ervan bewust, je voelt de spanning, en ineens kun je die loslaten.
Maar zo werkt het niet altijd. Er zijn ook gedachten die zich diep in je systeem genesteld hebben. Herinneringen, overtuigingen, angsten. Of emoties zoals rouw of liefdesverdriet. Er zijn patronen die niet meer dienend zijn, zoals hoe je op stress reageert, of je hunkering naar suiker of controle, maar die zich tóch blijven herhalen. Was het maar zo eenvoudig: Dit dient me niet meer, dus ik laat het los...
En poef... weg.
Helaas.
Loslaten is zelden een knop die je indrukt. Maar juist in een wereld waarin alles voortdurend verandert, is het een waardevolle vaardigheid om te oefenen. En in de yoga is loslaten zelfs het hoogste doel. Volgens de yogafilosofie gaat het er uiteindelijk om dat we alles wat tijdelijk en veranderlijk is, leren loslaten. Wat dan overblijft is dat wat wél echt is: je ware natuur. Het onveranderlijke bewustzijn achter al je ervaringen. Volgens die visie verdwijnen je problemen zodra je volledig in die realisatie rust. Klinkt best aantrekkelijk, toch? Dus wie weet: zet het maar op je meerjarenplan ;-). Maar hier en nu is het fijn om wat handvatten te hebben. Want loslaten is geen trucje. Het is een proces en een pad dat je kunt leren bewandelen.
Bewustwording is de eerste stap
Je kunt alleen loslaten waarvan je je bewust bént. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk zijn we vaak bezig met symptomen in plaats van de oorzaak. Je merkt dat je gespannen bent, maar pas bij nader inzoomen zie je dat het niet de vergadering van vanochtend was die je zo op scherp zette, maar de diepe behoefte om het goed te doen, erkend te worden, gezien te worden. Ook in het lichaam zie je dat: een strakke kaakspier kan symbool staan voor onderdrukte emoties zoals boosheid of frustratie en ook een verkrampte buik kan meer zijn dan alleen een fysieke sensatie. Het lichaam is je bondgenoot: het laat je voelen wat je misschien met je hoofd nog niet doorhebt.
Hechting aan het bekende
Het paradoxale is dat we vaak gehecht zijn aan wat we proberen los te laten. Niet omdat het fijn is, maar omdat het vertrouwd is. Het patroon, de gedachte, de reactie, het is een onderdeel geworden van wie we denken te zijn. Zodra je iets loslaat, verlies je ook een stukje houvast. En daar zit vaak de echte uitdaging. Ook fysiek merk je dat. Iets ‘vasthouden’ voelt soms letterlijk veiliger. Denk aan opgetrokken schouders of een gesloten houding, het geeft het idee dat je jezelf beschermt. Maar op de lange termijn houd je daarmee ook je vrijheid tegen.
Loslaten gebeurt... wanneer het kan
Loslaten is niet iets wat je doet, het is iets wat gebeurt als de tijd er rijp voor is.
Dat kan frustrerend zijn, vooral als je denkt: “Ik bén er toch al klaar mee?” Maar jouw systeem werkt niet op wilskracht maar op basis van veiligheid. Zodra jouw lichaam en geest voelen dat het veilig is om los te laten, gebeurt het vanzelf. Soms ineens, soms beetje bij beetje. Daarom is ruimte maken belangrijker dan forceren. Geef jezelf ruimte of te vertragen, zachter worden... en dan volgt het loslaten vaak vanzelf.
Accepteren vóór loslaten
Voordat je iets kunt loslaten, moet je het eerst volledig accepteren. En dat is misschien wel de moeilijkste stap. We willen vaak dat het anders is. Dat het sneller gaat, lichter voelt, verdwijnt. Maar wat je niet durft te doorvoelen, kun je ook niet doorlaten.
Het lichaam helpt je hier opnieuw. Als je verdriet voelt opkomen en je duwt het weg, dan zet het zich vast, vaak letterlijk in je borst of keel. Maar als je erbij blijft, het toelaat, ademhaalt dan kan het zich uiten, bewegen, verzachten. Acceptatie is toestemming geven dat wat er nu is, er mag zijn.
Wegduwen is geen loslaten
Tot slot: iets wegduwen is niet hetzelfde als loslaten. Het is een vorm van vermijden.
Het lijkt soms alsof het probleem opgelost is, omdat je het even niet voelt. Maar onder de oppervlakte blijft het aanwezig, als een ballon die je onder water probeert te duwen. Vroeg of laat komt het weer boven. In het lichaam herken je dit aan spanningen die steeds terugkomen. Een rug die steeds ‘vastzit’, een onrustige ademhaling, een beklemming die je niet helemaal kunt plaatsen. Echt loslaten vraagt om kijken, voelen, en niet wegduwen. Pas als iets gezien en gevoeld mag worden, kan het transformeren.
Tot slot
Oefenen in loslaten begint bij oefenen in aanwezigheid. Aanwezig zijn bij wat je voelt, wat je denkt, hoe je lichaam reageert en hoe je je verhoudt tot de wereld om je heen. Door die aanwezigheid leer je jezelf steeds beter kennen. Je leert verzachten, ook bij dat wat ongemakkelijk, pijnlijk of confronterend is. En precies die verzachting opent de deur naar acceptatie. Naar het kunnen dragen van wat je met je meedraagt, zonder het te hoeven fixen of wegduwen. Want wat je blijft negeren of wegdrukt, kost veel energie. Alleen al het feit dat iets er mag zijn, verandert de ervaring. Wat je met zachte aandacht benadert, krijgt ruimte. En wat mag ademen, mag op den duur ook bewegen.
En soms… lost het dan als vanzelf op.
Foto: Solid Gold Stories